Het Kayelitsha United Mambazo Choir

Ze zingen en swingen, zijn de rolemodels van Kayelitsha, de township bij Kaapstad. We kennen ze van de musical Amandla! Mandela en van de South African Road Trips van Bos Theaterproducties. Deze winter in 2019 zijn ze weer in Nederland. Van Kaapstad naar Amsterdam. Patrick van Hanenberg sprak de tien zingende mannen, liefkozend de K-men in 2012.

Van Khayelitsha, het armoedige township van Kaapstad naar Buitenveldert, de chique buitenwijk van Amsterdam. Een grotere overstap is bijna niet denkbaar. Van golfplaten huisjes, waar het lang niet altijd zeker is of er wel water uit de kraan en elektriciteit uit het stopcontact komt, naar een flat die van alle gemakken is voorzien. Het overkwam de mannen van het Khayelitsha koor. De nieuwe woonplek behoorde tot de aangename arbeidsvoorwaarden voor de Zuid-Afrikaanse cast van de musical Amandla! Mandela in 2010. En bij hun succesvolle comebacktour Celebrating South Africa in 2012.

Normaal gesproken reizen de mannen van het Khayelitsha koor elke dag naar de Waterfront, de aantrekkelijk ingerichte haven, die in korte tijd is uitgegroeid tot een de belangrijkste trekpleisters van Kaapstad. Tussen de souvenirwinkels, restaurants en de boten die de toeristen naar het vroegere gevangeniscomplex op Robbeneiland brengen, geven zij een openluchtshow met traditionele muziek en dans van hun Xhosa-stam. Via deze artistieke etalage kwamen ze terecht op het jaarlijkse Voorkamerfest, en daar verzekerden zij zich van een engagement in Nederland, als koor in Amandla! Mandela. De mannen zijn niet alleen Inge Bos van Bos Theaterproducties en organisator en oprichter van de Voorkamerfeste dankbaar, maar nog veel meer danken ze God. Die heeft er volgens hen voor gezorgd dat niet een van die vijftien andere groepen uit Khayelitsha is uitverkoren, maar juist zij.

Ze verbleven destijds een half jaar in Nederland. Inmiddels zijn ze weer terug voor een succesvolle tournee langs de Nederlandse theaters, met in de hoofdrol: zijzelf.

Bloed is dikker dan water
Bij binnenkomst in de Buitenveldertse flat is Simphiwe Hobhoshe druk aan het stofzuigen. Een activiteit waar hij zich waarschijnlijk thuis niet al te vaak aan zal wagen. Of nog waarschijnlijker: nooit. En niet alleen omdat de elektriciteitsvoorziening bij hem thuis in Khayelitsha tamelijk onzeker is, maar vooral omdat een bezem meer voor de hand ligt in een golfplaten huisje dat slechts uit één vertrek bestaat. We spreken over de vrouwen en kinderen die ze voor lange tijd in Zuid-Afrika hebben achtergelaten.

Lennox: ‘Er is wederzijds respect en vertrouwen. Als je tegenwoordig aan je vrouw voorstelt om met een condoom te vrijen, dan weet ze eigenlijk al dat je gevaarlijke seks hebt gehad met een andere vrouw. Het ergste is om je eigen vrouw te besmetten na een avontuur buiten de deur. Er zijn miljoenen vrouwen, en ook heel veel mooie. Maar ik heb mijn vrouw gekozen. Nou, als zij dan zo speciaal is, dan moet ik haar ook trouw blijven. En ik weet dat zij daar ook zo over denkt.’

Van het inkomen van Lennox zijn zeker vijftien mensen afhankelijk. Zijn familieverhaal is voor Zuid-Afrikaanse begrippen misschien niet eens zo uitzonderlijk, maar daarom niet minder aangrijpend. ‘Mijn moeder was niet getrouwd. Zij kon wel goed voor haar kinderen zorgen, omdat ze in een hotel werkte. Maar een alleenstaande moeder wordt op het platteland van Umtate – de streek waar ook Nelson Mandela vandaan komt, zo’n twaalf uur reizen van Kaapstad – niet echt geaccepteerd. Daarom trok de broer van mijn moeder bij haar in om een gewone huwelijkssituatie voor te wenden. Pas toen ik twaalf was, kwam ik erachter dat ik door mijn oom ben opgevoed en niet door mijn echte vader. De man die ons meestal rond Kerstmis wat kleren kwam brengen, bleek mijn vader. Ik heb daarna wel enig contact met hem gehad, maar hij is inmiddels overleden.

In 1980 ben ik naar Kaapstad gegaan, waar ik mijn vrouw heb ontmoet. De band met mijn moeder is heel hecht gebleven. Mijn oudste zus en mijn twee broers wonen daar nu ook. Mijn zus heeft aids en krijgt een kleine uitkering. Mijn ene broer werkt zo nu en dan, mijn andere broer heeft geen werk… maar wel negen kinderen, waar mijn moeder dus eigenlijk voor moet zorgen. Een beter argument voor family planning is nauwelijks te bedenken. Mijn moeder werkt niet meer, dus die familielast is met haar pensioentje niet te dragen, ook al komt er voor kinderen tot twaalf jaar wel wat kinderbijslag binnen. Daarom stuur ik mijn moeder regelmatig wat geld en zorg ik ervoor dat mijn negen neefjes en nichtjes naar school kunnen. Ik betaal de boeken, het schoolgeld en de schooluniformen. Ik voel die verantwoordelijkheid niet als een vervelende druk. Ik verdien voor Zuid-Afrikaanse begrippen heel goed in Nederland, dus ik deel.’

Ook voor Simphiwe, geboren in Grahamstown in Oostkaap, geldt dat een deel van zijn inkomen bij zijn moeder en andere verwanten terecht komt.

Simphiwe: ‘Mijn moeder, die gescheiden is, sukkelt met haar gezondheid en werkt dus niet meer. Zij moet het doen met een bescheiden uitkering, waarvan ook nog mijn werkloze broer en mijn zus en haar vier kinderen moeten leven. Met het geld dat ik haar geef wordt de elektriciteit betaald en wat eten gekocht. Ik heb geen keus, zo is het nou eenmaal. Maar ik besef heel goed dat ik iets in mijn leven heb bereikt door mijn moeder, die keihard gewerkt heeft.’

Ook al gaan beide mannen er blind van uit dat hun kinderen dezelfde onbaatzuchtige houding tegenover hun ouders zullen aannemen, ze beseffen wel dat er voor de nieuwe generatie door de afschaffing van de Apartheid iets is veranderd. Zo bestaat de kans dat hun kinderen misschien met een blanke of Aziatische liefde thuis zullen komen. Simphiwe twijfelt geen moment: ‘Als hij van mijn dochter houdt en hij kan haar onderhouden, dan vind ik het prima. Als hij maar genoeg koeien meeneemt. En hij zal helemaal over de brug moeten komen als mijn dochter op mijn kosten een opleiding heeft gevolgd.’

Lennox stelt een duidelijke voorwaarde als zijn dochter iemand mee naar huis neemt. ‘Het moet niet zomaar een liefdesvriendje zijn, maar echt de ware huwelijkskandidaat. Ik wil niet dat ze maar een beetje op straat met jongens rondhangt als ze nog jong is. Dan vind ik dat ik het recht heb om haar een pak slaag te geven. Aids is een van de grootste problemen in Zuid-Afrika en dat los je niet op door je kinderen seksuele vrijheid te geven.’

Simphiwe, die een halve generatie jonger is dan Lennox, kan een glimlach niet onderdrukken bij het aanhoren van de monoloog van Lennox. Ook hij kan zich wel voorstellen dat je een mep uitdeelt als je echt kwaad bent, maar hij geeft er toch de voorkeur aan om problemen uit te praten met zijn kinderen. En als je dan werkelijk niet tot elkaar komt, en de situatie wordt onleefbaar, dan moet het kind maar de consequenties trekken en het huis verlaten.

En dat is dan weer een oplossing waar Lennox zich helemaal niets bij kan voorstellen: ‘Bloed is dikker dan water. Al gaan je kinderen nog zo vreselijk over de grens, het blijft familie en die laat je nooit vallen.’

Naast een interraciale relatie wordt de twee mannen een nóg lastiger dilemma voorgeschoteld: wat doe je als je zoon met een man thuiskomt, of je dochter met een vrouw? Het is een situatie waar de meeste Afrikanen absoluut niet mee weten om te gaan. In het gesprek is tot nu toe nog niet zo’n lange stilte gevallen. Uiteindelijk neemt Lennox aarzelend het woord. ‘Je kind is een geschenk van God en dat moet je dus accepteren zoals het is. Ik zou het er vreselijk moeilijk mee hebben, maar ik zou tot God bidden dat hij me de kracht geeft om me te verzoenen met dat lot.’

Simphiwe: ‘In een van de liedjes die onze Khayelitsha-groep op het repertoire heeft zingen we You can lead a kid to lunch, but you can’t make him eat. Dat is ook in dit geval van toepassing. Ik heb een dochter gemaakt, en ik hoop nog twee kinderen te krijgen, maar zij zijn niet mijn eigendom. Uiteindelijk gaan ze toch hun eigen weg.’

 

Vlees met of zonder vetrandje
Behalve over het andere onderkomen, verbazen de mannen zich ook over de Nederlandse eetgewoonten.

Lennox: ‘Hier snijdt de slager keurig de vetranden van het vlees af, maar dat hoort er bij ons toch echt bij. Ook vindt men het een beetje raar als we varkens- of geitenkoppen bestellen. Laatst liepen we langs een weiland en zagen mooie schapen lopen. We kregen jeuk aan onze handen om een van die beesten zelf te slachten, maar ja, dat zal niet echt gewaardeerd worden door de eigenaar, dus dat hebben we maar niet gedaan.’

Lennox en Zola voelen een diepe trots dat zij Zuid-Afrika mogen vertegenwoordigen. Zij zijn al wat ouder en hebben de Apartheidstijd, die in 1994 officieel werd afgesloten met de eerste democratische verkiezingen, bewust meegemaakt.

Lennox: ‘De vrijlating van Mandela in 1990 was een van de meest emotionele momenten in mijn leven. De musical was een mooi eerbetoon aan deze wijze man. En we zijn blij dat we, behalve met onze zang en dans, ook een inhoudelijke bijdrage aan het verhaal hebben kunnen leveren. Zo konden we precies uitleggen hoe een Dorpsraad in zijn werk gaat. Wie waar zit en wat de spreekvolgorde is.’

Zola: ‘Koen vroeg of we tijdens een bepaalde scène in een vechthouding wilden gaan staan, met speren en schilden. Maar dat klopt natuurlijk niet. Zulu’s vechten met speren en schilden. De Xhosa’s doen het met stokken. Het is mooi dat er in de musical op dat soort kleine details werd gelet. Die zijn namelijk erg belangrijk.’

Lennox: ‘Net zo belangrijk als het verschil tussen vlees met of zonder vetrandje.’

Mambazo, de muzikale bijl
De achtjarige Sebabano Tsawe zingt thuis vrolijk de liedjes waarmee zijn vader Lennox zijn geld verdient op straat in Kaapstad. Die muzikale liefde voor traditioneel getint Afrikaans repertoire, die volgens de vader niet aan zijn zoon is opgedrongen, is tamelijk uitzonderlijk onder jonge Zuid-Afrikanen. Lennox: ‘Jongeren kijken meestal neer op onze muziek, die zij als muziek voor arme mensen beschouwen. Zij betalen liever 60 rand voor een cd van Celine Dion of R. Kelly dan 30 rand voor een cd van ons.’

In eigen land moet men dus vechten voor erkenning, en niet alleen onder jongeren. Simphiwe: ‘Een aantal van mijn oude schoolvrienden heeft het geschopt tot politicus of leraar. Ze keken me echt meewarig aan toen ik ze vertelde dat ik straatzanger ben geworden.’ Ook Simphiwe is blij dat hij ongeveer twintig jaar geleden aanklampte bij een paar oude schoolvrienden die in Port Elizabeth een muziekgroep waren begonnen om vervolgens naar Khayelitsha te trekken. ‘Muziek heeft mijn leven veranderd. Ik kan beter zeggen… heeft mijn leven gered.’

Maar muziek is meer dan een beroep. Voor Simphiwe is zingen een prima manier om de stress van zich af te gooien, en zo ver van huis is muziek voor Lennox een wapen in de strijd tegen heimwee.

‘We zingen meestal over alledaagse dingen. Als ik hier in Amsterdam vogels zie vliegen die ik nog nooit in Zuid-Afrika heb gezien is dat al stof voor een liedtekst. We hebben wel wat politieke nummers op ons repertoire staan, zoals Long Walk to Freedom, dat Joseph Shabalala heeft geschreven voor Ladysmith Black Mambazo. Die groep, die met Paul Simon heeft gespeeld, is echt ons grote voorbeeld. Het lied gaat over de afschaffing van de Apartheid en de rol van Nelson Mandela. En natuurlijk zingen we ook Nikosi Sikelel iAfrika, dat eerst het strijdlied van de bevrijdingsbeweging het anc was en nu het Zuid-Afrikaanse volkslied is. We doen het wel in een feller ritme en met een ander arrangement.’

Simphiwe: ‘De concurrentie is heel groot. Alleen al in Khayelitsha zijn ongeveer 35 zanggroepen. We zijn ze in het verleden allemaal wel eens tegengekomen bij wedstrijden waar je een geit of wat geld kon verdienen. De naam Mambazo heeft daar ook wel mee te maken. Het betekent ‘scherpe bijl’, en zo moet je ook zijn om de concurrentie voor te blijven.’

Simphiwe: ‘Op onze Waterfront-plek staat nu een jongere versie van onze zanggroep, die weer plaats maakt voor ons als we terugkomen. Maar misschien zullen we in de toekomst wat minder op straat spelen. We willen beter worden, wat moderner. Niet alleen à capella, maar ook met ritme-instrumenten en betere harmonieën. We hopen dat God ons vleugels zal geven, zoals hij dat ook heeft gedaan met de musical en deze tournee in Nederland.’

Yo, can’t wait to go home
Als Simphiwe zijn verblijf in Nederland analyseert overheersen de pluspunten. Hij is snel gewend geraakt aan een ander levensritme, met computer, digitale camera, goed geregeld openbaar vervoer en meer geld in zijn zak, maar ‘yo… can’t wait to go home.’

We zijn in Nederland, maar we blijven Zuid-Afrikanen.’

Lennox: ‘We hebben natuurlijk ook wel gehoord dat er hier problemen zijn, bijvoorbeeld met de Marokkanen, maar wij hebben nergens last van gehad. Het is goed om mee te maken hoe harmonieus mensen samen kunnen leven.’

Geen klachten dus?

De serieuze bedenkingen liggen vooral op het morele vlak. Simphiwe: ‘Ik vond het niet plezierig om mannen gearmd over straat te zien lopen. En dat homo’s zelfs kunnen trouwen. Ik hoef dat soort dingen niet te zien. In Zuid-Afrika zou dat echt onmogelijk zijn, en dat vind ik eigenlijk wel terecht.’

Lennox voegt daaraan toe: ‘Wat mij gestoord heeft zijn de vrouwen achter de ramen. Ik weet ook wel dat er overal prostitutie is, ook in Zuid-Afrika. Maar ik vind het slecht dat het zo openbaar is. We hebben op ons repertoire een lied over Sodom en Gomorra. Toen ik door de rosse buurt in Amsterdam liep had ik het idee dat ik in Gomorra terecht was gekomen.’

Na zijn ietwat zwaar aangezette ethische opmerkingen benadrukt Lennox dat hij een gewone, moderne man is die het huishouden verzorgt op de dagen dat zijn vrouw werkt. ‘Er is in Zuid-Afrika binnen een paar generaties veel veranderd. Mijn overgrootmoeder moest kilometers lopen voor hout en eten. Mijn overgrootvader liet haar rustig sjouwen met al die spullen en een kind op haar arm, terwijl hij er met een stok in zijn nek achteraan sjokte. En als ze dan thuiskwamen, kon zij direct aan de slag om het haar man naar de zin te maken. Geld kreeg ze nooit in handen. Dat zullen de meeste vrouwen toch niet meer laten gebeuren. Je ziet in de man-vrouw relatie toch steeds meer gelijkwaardigheid.’

Contact met naasten staat bovenaan het lijstje van voorwaarden om gelukkig te zijn. En daarom is iedereen blij dat de tournee er bijna op zit, ook al hebben ze intens genoten van de volle zalen en positieve reacties. In de koffer zit niet alleen een extra lading levenservaring, maar ook concrete zaken als leren jacks, een laptop en schoenen. Lennox wil er strakjes mooi uitzien als hij naar de kerk gaat.

Interviews: Patrick van den Hanenberg. Fotografie: Peter Boshuijzen