Caroline Langevoord is safarigids, fotograaf, reisleider en auteur van het safariboek Bush Life. Ze woont en werkt sinds 2005 in Oost-Afrika. Sinds juni 2025 deelt ze maandelijks haar avonturen in de bush met jou, liefhebber van Afrika.
Na meer dan twintig jaar in Oost-Afrika blijf ik me erover verbazen hoe vaak dezelfde twee kleuren terugkeren. Niet subtiel of verhullend, maar onmiskenbaar aanwezig. Waar ik vroeger vooral keek naar hoe mooi iets was, ben ik nu steeds vaker gefascineerd door de vraag waarom een dier er zo uitziet. Zwart en wit zijn zelden toeval, ze zeggen iets over hitte, vijanden, zichtbaarheid en overleven.
De zebra is het bekendste voorbeeld. Jarenlang werd aangenomen dat zijn strepen vooral dienden als camouflage tegen roofdieren. Een groot egaal wit of zwart vlak valt sneller op dan een patroon dat de contouren breekt. Het streeppatroon heeft echter nog een tweede effect: het maakt het voor een leeuw lastiger om zich op één dier te concentreren, zeker wanneer meerdere zebra’s dicht bij elkaar staan en hun strepen in elkaar overlopen. Het contrast verstoort zowel de herkenning van een duidelijke lichaamsvorm als het fixeren van één individuele prooi.
Ook heeft het contrast invloed op temperatuur en insecten. Zwart warmt sneller op dan wit en dat temperatuurverschil veroorzaakt kleine luchtstromen langs het lichaam, wat helpt bij verkoeling. Steekvliegen en dazen raken bovendien gedesoriënteerd door het scherpe contrast tussen de strepen, waardoor ze minder goed landen. Wat voor ons grafisch oogt, blijkt meerdere functies tegelijk te hebben: contourbreking, verwarring bij aanvallen, thermoregulatie en insectenafweer.
Zwart-wit kan ook een waarschuwing zijn. Dat zie je bij de honingdas. Een zwart lijf, een brede witte rugstreep, korte poten en een houding die weinig twijfel laat bestaan over zijn karakter. Hier gaat het niet om opgaan in de omgeving. Kleur en gedrag versterken elkaar. Ik zie hem nog lopen in het late middaglicht, klein van stuk maar zonder aarzeling, zichtbaar en onverschrokken. Roofdieren leren snel dat dieren met dit patroon fel reageren en geen makkelijke prooi zijn.
Ook bij het Afrikaanse stekelvarken is zwart-wit een duidelijk signaal. De contrasterende stekels vergroten zijn silhouet en maken het dier dreigender. Voelt het zich bedreigd, dan zet het zijn stekels overeind en rammelt ermee. Het probeert niet te verdwijnen, het laat zien dat afstand houden verstandig is.
Zwart-wit beperkt zich niet tot zoogdieren. Bij vogels krijgt het contrast weer een andere rol. De bonte ijsvogel is daar een mooi voorbeeld van, al is die naam misleidend. Het woord bonte doet denken aan een explosie van kleuren, terwijl zijn verenkleed uitsluitend zwart en wit is.
Langs rivieren en mangroves werkt dat contrast opvallend goed. In fel zonlicht blijven zijn vormen scherp afgetekend wanneer hij laag over het water schiet. Het sterke contrast maakt hem duidelijk herkenbaar voor soortgenoten en tegelijk visueel scherp in een omgeving vol schittering en reflectie.
Dat zwart-wit ook opvalt voor vijanden is geen toeval. Roofdieren weten dat opvallende zwart-witte dieren vaak alert zijn en snel reageren. Bij soorten die hun territorium actief verdedigen of vertrouwen op directe reactie, past zichtbaarheid bij hun strategie. Het patroon onderstreept hun houding: niet verstoppen, maar standhouden.
De kleuren zwart en wit worden bepaald door melanine. Zwart betekent veel pigment in haren of veren, wit betekent dat het pigment ontbreekt. Waar en hoeveel melanine wordt aangemaakt, ligt al vroeg vast tijdens de ontwikkeling. Patronen die een voordeel opleveren, zoals verkoeling of afschrikking, blijven via natuurlijke selectie bestaan.
Twintig jaar geleden keek ik naar contrasten omdat ik ze mooi vond. Nu kijk ik anders. Wanneer een zebra de weg oversteekt of een bonte ijsvogel laag over het water scheert, zie ik geen grafisch patroon meer, maar een strategie die zich al generaties lang heeft bewezen. De natuur kiest niet voor effect, ze kiest voor wat werkt.
Elke maand nieuws van OOG VOOR AFRIKA ontvangen?