Caroline Langevoord is safarigids, fotograaf, reisleider en auteur van het safariboek Bush Life. Ze woont en werkt sinds 2005 in Oost-Afrika. Sinds juni 2025 deelt ze maandelijks haar avonturen in de bush met jou, liefhebber van Afrika.

In mijn eerste jaar in Afrika zocht ik vrijwilligerswerk in een wildpark, omdat ik vooral buiten wilde zijn en midden in de natuur wilde leven. Die kans kreeg ik in Samburu National Reserve in het noorden van Kenia, waar ik de marketing voor het park mocht gaan doen. Er was wel een voorwaarde: ik moest mijn eigen slaapplaats organiseren. Omdat er geen huizen waren en alle kamers voor rangers vol zaten, bleef er weinig anders over dan een tent. Ik kocht een heel klein tentje en leefde daar een jaar in, op een plek waar verder niets was. ’s Nachts was het daar simpelweg donker.

Ik lag ’s avonds vaak wakker en luisterde naar wat er om me heen gebeurde, soms zo dichtbij dat ik geen idee had waar het precies vandaan kwam. In een tent midden in de bush is dat niet per se geruststellend.

Op een avond hoorde ik ver weg iets wat ik nog niet kende. Geen gebrul en geen roep, maar een laag schurend geluid dat met vaste tussenpozen terugkwam.

Het werd onrustig in de bomen en bavianen begonnen elkaar luid te waarschuwen en zich te verplaatsen. Tegelijk kwam dat lage geluid steeds dichterbij en kreeg het die typische klank die ik later direct zou herkennen als een zaaggeluid.

In de eerste periode trok ik veel op met een ranger om te leren kijken en luisteren in de natuur. Hij wees me op het geluid en vroeg op een avond of ik het dier misschien eens wilde zien. We gingen samen op een omgevallen boom zitten en wachtten. We zeiden niets tegen elkaar en keken wat er zou gebeuren.

De eerste ontmoeting was kort, maar onvergetelijk. Een luipaard liep langs zonder aandacht voor ons, op een afstand die dichtbij genoeg was om elk detail te zien. Zijn beweging was rustig en vanzelfsprekend. Er was geen oogcontact. Zonder aarzelen passeerde hij ons en verdween weer in de duisternis, verder de nacht in.

Die ontmoeting smaakte naar meer. Elke keer dat we het dier hoorden aankomen, gingen we op die plek zitten om te wachten tot hij langs zou komen. In het begin deed ik dat samen met de ranger. Pas later deed ik het alleen en die eerste keer vond ik het zo spannend. Daar zat ik dan, een vrouw uit Amsterdam, nog niet zo lang in Afrika, die daar in haar eentje wachtte tot een luipaard op nog geen drie meter afstand langs zou komen.

Wat me altijd is bijgebleven, is hoe vanzelfsprekend dat werd. Overdag werkte ik gewoon in het park en leidde ik daar mijn leven, maar ’s nachts herkende ik het moment en wist ik wat er ging gebeuren.

Nog steeds brengt het zaaggeluid van een luipaard me terug naar dat eerste jaar in Samburu en naar alles wat ik daar heb geleerd.

Een luipaard als buurman